maandag 27 september 2010

Vacances sportives et gourmand Dag 2

Dag 2 Calais – Favières
Acht uur, de wekker loopt af, dit was niet echt meer nodig want ik lag toch al een half uur te draaien en te keren. Ik merk al direct dat het niet zo goed gaat gaan vandaag. Hoesten, koud en warm na elkaar, ik zal bij het ontbijt maar een pilletje nemen tegen opkomende verkoudheid. De staat van de benen beloofd ook niet veel goeds, zwaar, dik en ze willen zeker niet meewerken. Maar het ergste van al moest op die moment nog komen. Met het wegslagen van het deken uit bed te willen stappen krijg ik een kramp in mijn rechterkuit. Zo hard heb ik er nog nooit een gehad, tranen springen in mijn ogen wanneer ik zelfs nog maar eraan denk om de kramp eruit te stretchen. Daar lig ik dan, foetushouding, tranen in de ogen, beide handen op de rechterkuit hopend voelen voor het minste teken van ontspanning. Die maar niet komen. Drie minuten heb ik daar zo gelegen. Dan begint de pijn weg te ebben, voor de zekerheid blijf ik nog even roerloos liggen en sta dan op om te voelen dat het rechterbeen niet veel werk zal verzetten vandaag. Och ja, het is dag twee, vakantiegevoel:D. Hinkend loop ik door de kamer voor het ochtendritueel, plasje, benen inspecteren, aankleden en naar het ontbijt.
Daar kwam ik de andere wielertoeristen weer tegen. Nu gaat het gesprek beter van mijn kant. Zij gaan van Calais naar Albertville rijden. Mijn doel die dag is 145km(volgens schema). Die van hun 130. Daar gaat hun stoeffen over de kilometers die ze de vorige dag hadden gedaan. Aan zoiets moet je je op zo'n momenten optrekken want het is nog lang en eenzaam. Na een zeer uitgebreid ontbijt, moest van de dieëtiste, is het aankleden om te fietsen en alles klaarmaken. Rugzak inpakken, drankflessen gereed maken, uitchecken,...
Calais 8
De oude vuurtoren
Op de parking van het hotel gooi ik gezwind mijn rugzak over de schouders, direct komt de spijt. De riemen snijden in mijn schouders. Maar wat moet dat moet. Ik bestijg mijn ros weer, nog een slok energiedrank(bijgeloof) en weg zijn we. In een haven zijn altijd mooie foto's te trekken dus met volle hoop rij ik tussen de industrie naar de kaaien. Ik trek uiteindelijk toch enkele foto's maar al bij al vallen ze toch wel wat tegen. Een groep wielertoeristen steekt mij voorbij maar rijden aan een te hoog tempo. Ik moet nog 7uur op de fiets zitten en heb op dat moment nog geen half uur achter de rug. Op de GPS rijdend rij ik door smalle en minder smalle straten door de haven. Via een kleine jachthaven rij ik Calais buiten en kom ik op de D940. De verschrikkelijke en mooi D940. Die uitdagende slingerende verrassende D940. Maar die lofzang is voor later. Want wat hoor ik daar op de achtergrond. Het ritmisch gezang van een groep wielertoeristen die putjes en riooldeksels neemt, gezamelijk in de remmen gaat. Het is dezelfde groep als daarstraks. Het gaat hier lichtjes omhoog. Een stukje vals plat. Mijn tempo lag tamelijk hoog op dat moment maar mijn hartslag tamelijk laag. Langzaam kruipt de groep dichter en dichter en kronkelt zich dan rond mij. Na 8renners moet er in de remmen gegaan worden en bij het optrekken sluit ik mij achter de 8e aan. Ondanks die brede ruggen voor mij pak ik door mijn rugzak nog altijd veel wind maar het verschil is goed voelbaar. Tussen Blériot-Plage en zonder gat, ik bedoel Sangatte, merk ik dat ik niet achteraan de groep hang maar dat er nog vier anderen in mijn wiel hangen. Deze laat ik dan maar vriendelijk voor. Kwestie van nog maar ruggen voor mij te hebben. Tegen een tempo van vooraan in de dertig gaat het richting Cap Blanc Nez. Op een stukje minder vals plat maar wel meer klim, rij ik langzaam voor een paar oude knarren van de groep. Fris als een hoentje zit ik t.o.v. hun en dat sterkt mij voor de klim die ik verderop zie komen. De Cap begint zich al goed af te tekenen aan de horizon en langzaamaan wordt het stijler. Even vlakt het uit en laat ik de groep terug 1 groep worden. Maar dan draait de groep voor de Cap naar links. Even twijfel ik en besluit de groep te volgen. Maar al na enkele meters beslis ik toch de Cap te doen. We moeten ook wat genieten en niet enkel kilometers vreten. Deze beslissing zal mij al snel spijten.
Het gat waarnaar ik toekroop
Ik draai terug en neem de straat naar de Cap. Hallo D940. Ik stop om toch eens naar de GPS te kijken. Terwijl ik dit doe steekt er mij een mountainbiker voorbij. Ik grijns, doe maar denk ik, ik zal je wel zo meteen inhalen. Grijns wordt nog breder. GPS zegt mij wat ik moet weten en ik vertrek en begin aan de klim. De moutainbiker glijdt dichter en dichterbij. Langzaam kan ik hem horen rijden, banden veel te hard en dan maken de noppen erop een ratelend geluid. Klein bochtje en het stijgingspercentage vliegt de hoogte in. Hij schakelt een paar keer kleiner en legt hem dan op de binnenplaat. Ik lag er al lang, om mijn hartslag naar beneden te krijgen schakel ik kleiner en kleiner, nog eentje kan ik kleiner maar die besluit ik te houden voor binnen een paar honderd meter. Grijnzend en zwoegend kruip ik dichter, ik begin hem al te rieken. Doemme die gast stinkt. Weer wordt het stijler, hij schakelt nog twee kroontjes kleiner, ik blijf hangen op 3 meter. Het is niet waar!!! Langzaam verdwijnt de geur, het klikken, ik schakel kleiner, het geluid van de noppen sterft uit, ik kijk naar de hartslag en die zit aan 176. Meteen besluit ik af te stappen. Hier is de spijt. Het is nog lang en ik moet nu niet onnozel doen om hem bij te houden. Het is op die moment volgens schema en gemiddelde snelheid(veel te hoog door die groep) nog minstens vier uur fietsen. Neen, klik en klik en beide voeten staan op de grond en ik naast mijn fiets. Ik recupereer tot een hartslag van 145 en even wordt het minder stijl en ik besluit terug op te stappen. Al snel vliegt de hartslag terug de hoogte in maar plafoneerd op 165. Langzaam kruip ik de weg omhoog en na enkele bochten kom ik toch boven.
Ik rust even uit, kijk wat rond, neem wat foto's en rij dan de parking op richting de Cap zelf. Aan de Cap gekomen geniet ik van het uitzicht, de natuur, het onophoudelijk lawaai van de wind in mijn oren, zie een vliegtuig stilhangen, kijk naar de golven tegen de rotsen, volg een boot richting Engeland, naar de witte rotsen daar in de verte. Wacht eens even, vliegtuig stilhangen? Ik kijk terug naar links en inderdaad daar hangt het. Ik speur naar draden, mensen met een afstandsbediening maar vind niets dus besluit dat het een of ander fysisch mirakel moet zijn want soms valt het vliegtuigje wordt een eind weggeblazen van de rotsen en keert weer naar zijn 'hangpositie'. 

Nog even geniet ik van de het uitzicht en het vliegtuigje dat mij blijft verbazen. Wanneer ik het koud begin te krijgen besluit ik verder te rijden. Langzaam baan ik mij een weg door de mensen en zie daar ineens een man met afstandsbediening staan en weg is de magie van het vliegtuigje. Terug op de parking draai ik rechts en begint de afdaling. 35,42,49,53 de snelheid schiet de hoogte in aan een rusthartslag maar dan ineens: 56km/u, mijn fiets begint te vibreren en naar alle kant op te schieten, hartslag schiet meteen naar 160, paniek, de vangrails komen dichter en dichter ik corrigeer, kom gevaarlijk dicht bij het opkomende verkeer, corrigeer weer en rem af naar een 45. Beneden aangekomen check ik mijn fiets maar niets blijkt kapot te zijn. Met een gerust maar klein hartje rijd ik een kruispunt over en begin aan een nieuwe klim. Halverwege de klim moet ik weer afstappen en besef dan dat de weg in een heel andere staat is als waar ik tot dan toe heb opgereden.
De verkeerde klim ingezoomd
De afdaling van de vibraties
GPS wordt weer boven gehaald en ik merk dat ik verkeerd ben gereden, ik moest naar rechts op het kruispunt. Ik naar beneden, weer 56 en weer de vibraties, maar hier is geen verkeer dus ik schakel zwaarder en trek door naar 59 en op 58 verdween het, niets aan de hand dus:D. Het kruispunt en ik draai links, nog meer naar beneden, euforie. Bocht naar links en diezelfde helling als waar ik verkeerd was gereden moet ik opnieuw omhoog, gewoon een paar tientallen meter verder. Ik zucht maar wat moet dat moet. Weer afstappen. Ik recupereer hier maar tot 155 en besluit tot boven te stappen. Daarna is het weer lekker tot beneden rijden. Ik rij Wissant binnen en besluit de route die door mijn GPS aangegeven wordt maar door Google Earth wordt tegen gesproken toch een keer na te kijken en ik daal af door wat lijkt op een vakantiedorp tot op de dijk. Daar neem ik wat rust want Cap Griz Nez wacht nog.
Rust, isostar, boekje en gerlachpen
Ik neem een koekje, mijn notitieboekje en volg de golven. Naast mij zit er een surfer, nog een grotere zot als ik want die gaat bij deze wind en kou nog het water in! Ik besluit hem te volgen en vast te leggen, zowel op film als met foto. Gedachten vliegen door mijn hoofd: sailors to the left of me, mountains to the right, stuck here in the middle with my insanity. De wind steekt NOG meer op en er verschijnt nog een bredere grijns op het gezicht van de man. Hij kijkt naar de zee, naar de lucht en knikt dan goedkeurend. Het geeft mij een goed gevoel dat ik niet de enige zot ben die daar aanwezig is.
Wanneer ik mijn pen een boekje neerleg denk ik aan hoe alles twee jaar geleden begon. Aangenomen bij Gerlach om na enkele maanden mee te gaan naar de Mt Ventoux om een fundraiser te doen. Mijn toenmalige baas, Joeri Vanhaerens heeft mij en nog twee collega's zover gebracht om hieraan mee te doen. Joeri, bedankt om mij te besmetten met fietsvirus, microbe, aandoening,... Noem het zoals je wil maar Dank U.
Actie
De zot
Na de surfer te zien verdwijnen en terug te komen vertrek ik in de richting waar de GPS mij stuurt en zoals gedacht na enkele meters: zand, en enkel zand. Google Earth dan toch maar geloven. Door het dorp beklim ik de hellening terug naar mijn geliefde D940. Nog maar 35km gereden maar al zoveel honger. Toch besluit ik nog een kleine omweg te doen naar Cap Griz Nez, hier weer zoals op Blanc Nez, foto's, rondrijden van platform naar platform, genieten, mensen die in de weglopen ontwijken, vakantiegevoel :D hmmmmm. Bij het terugzoeken naar de D940 kom ik een museum tegen waar een brasserie is. Ik trek enkele foto's van de buitenkant van het museum en net als ik heb besloten van daar te gaan eten en het museum te bezoeken hoor ik andere Belgen zeggen dat het gesloten is. Teleurgesteld rij ik maar door. Het museum laat ik dan ook maar links liggen. Dat zal ik wel een andere keer doen. De weg slingert door het landschap, ik begin stilaan moe te worden en af te zien. Nog een helling, ik zoek verstrooiing en vind deze in de golfers die om enkele meters van de baan staan te spelen. Op de top gekomen zie ik daar een dorpje baden in het zonlicht en besluit daar iets te zoeken om te eten. Afdaling: mmmmmmmm lekker. Fiets vibreert deze keer niet.
Wimereux rijdt ik binnen zonder dat ik mij nog moe voel. Het is hier precies markt en ik moet afwijken van de D940 en kom op een pleintje terecht waar het eerste gebouw een brasserie is.
Brasserie de la maire. Ik kijk naar de menu en zie voor 13euro een terrine, steak en plaatselijke kazen staan. Ik zet mij in het zonnetje op het terras en zeg: Le menu de 13euro et un coca(33cl in flesje). Statusreport: benen doen pijn, rechterkuit voelt niet goed aan en er hangt ondertussen al op drie plaatsen smeersel aan mijn kuit.



Het Engelandkanon op rails

Howitzer
Noord-West Frankrijk is niet goed voor het fietsgemiddelde van een war-o-fiel zoals mezelf. Heel veel Atlantikwall stukken te bewonderen. Onder meer aan het museum een kanon op rails, eindelijk ook is aan een ander museum een echte howitzer gezien, daarvoor enkel in computerspelletjes. Naast al dit geweld is de natuur ook impressionant. Echt een mooie streek. Hier beginnen de eerste gedachten te komen van niet tot Omaha Beach te rijden maar tot Etretat. Dat zou nog 220km zijn op de kortste route. Vandaag nog 90 en morgen 140 en dan moet ik 94km per dag rijden om terug te komen. Ineens besef ik iets en roep de ober. Kan ik mijn dessert nog veranderen in een ijsje. Geen probleem zegt hij. Gelukkig besefte ik op tijd dat ik Franse kazen had besteld, zoiets opeten tijdens een inspanning zou kotsen om 15uur geweest zijn. Ik geraak aan de praat met enkele locals en ze zijn danig onder de indruk van mijn prestatie en wensen mij veel geluk. Ik neem afscheid en hoop dat het starten sebiet goed zal gaan. Want ik zit toch al tamelijk lang stil. Ik zoek terug de D940 op en besluit om dit volgend jaar opnieuw te doen, ook al besef ik dat ik veel geluk heb met het weer. Constant zon en aangename temperaturen van rond de 23graden.
Gemiddelde lucht voor de hele week
Op naar de volgende rustplaats. Weeral heuvels en kom dan in Boulogne Sur Mer, een tamelijk grote stad t.o.v. wat ik tot dan toe was tegengekomen die dag. Er was een of ander feest bezig met heel veel barbeques en bijhorende geur. Gelukkig had ik juist gegeten of ik had aangeschoven. Volgens de GPS was het over het water, volgen links tweede rechts onder de brug door terug naar rechts, blijven volgen en dan links, nee rechts, toch niet het is volgend, zie je wel volgen, oei dat loopt hier dood. Ok naar links en dan naar rechts. Hier ben ik al geweest. Zeker een half uur verloren daar in de stad maar uiteindelijk: D940!!! Ik zie je ook graag en verder ging het. Hierna ben ik heel hard beginnen afzien. Pijn en pijn doorbijten, op die trappers en de benen wat stretchen, terug neer, kontpijn, nog is verzetten, nog meer pijn, terug wat schuiven,... Compleet van de wereld was ik toen. Geen enkele gedachte, bedenking of commentaar had nog iets of wat intelligent.
Het Simpsonlike eerbetoon
Details van het kerkhof(bekijk groot)
Tot juist voor Etaples juist langs de weg een ingang van een kerkhof lag. Een oorlogskerkhof. Eentje om U tegen te zeggen. Ik ging binnen, zette mijn fiets tegen een deel van het monument op een plaats waar het niet onrespectvol was. Ik liet het gevoel op mij inwerken, het in kramp trekken van elke spier in mijn benen en rug voelde ik niet meer. Mijn hoofd stopte met zweten, kalmte, rust, ingetogen daalde over mij neer. Enkele foto's getrokken. Het Simpson eerbetoon gedaan, maar mijn fles terug meegenomen want de meeste bezoekers zouden dat gebaar niet verstaan hebben wegens niet fietser. Toen las ik het bordje en kreeg toen een heel degoutant gevoel. Ik las dat er 11436 graven waren, vooral Britse, maar ook uit Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Indië en ook drie Belgen. Maar dan: 658 Duitsers. Niet het feit dat die daar ook lagen. Maar gewoon het besef dat die ook gestorven zijn. Dat beide kanten slachtoffers hadden. En waarom? Voor wat grond. Het is een 14-18 oorlogskerkhof. Nog een paar laatste foto's en stil en met een klein hart verliet ik het kerkhof.
Pano van het kerkhof, rechts lagen nog graven
Laatste pauze
Verder ging het via de D940, door nog enkele dorpen, nog even een pauze, de laatste voor ik overnachting ging zoeken. Hier was ik echt wel uitgeput. Ik moest mezelf terug op mijn fiets dwingen en mezelf pijnigen om nog wat kilometer te doen. Verstand op nul en doorgaan. Wat zelfs bij gebrek van actief verstand zeer moeilijk bleek te zijn. Terug enkele dorpjes door en toen nam ik mijn GPS en zocht ik naar slaapplaatsen met een restaurant in de buurt. Zoiets vond ik in Favières.

















Ik nam afscheid van mijn vakantieliefje, en reed het dorp in. Op weg naar een hotel tot ik ineens een bordje chambe d'hôtes zag staan. Ik keek even naar het gebouw en de beslissing was direct gemaakt.
Fiets op kamer
Hier blijf ik overnachten (www.lavieilleforge.fr). Heel vriendelijke man en ik vroeg of er nog een kamer vrij was. En of er plaats was om mijn fiets binnen te zetten. Dat was er niet en toen vroeg ik of ik de fiets mee op de kamer mocht pakken. Hij grapte nog waarom ik er niet mee in bed ging liggen waarom ik antwoordde dat ik dat eventueel nog zou doen. Zijn gezicht was geld waard:D. Alles viel mee, de omgeving, de man, de kamer, het dorpje,... Na weer eens enkele foto's een verkwikkend doucheke ging het richting enigste restaurant in de omgeving.

Weer ben ik voor de eeturen van de Fransen. Ik lees op de gevel: Selectionner Michelin 2010. De schrik sloeg mij al om het hart. Maar de prijzen bleken mee te vallen. Dus ik naar binnen, vieze blikken mijn richting omdat ik te vroeg ben voor hun werktijden. Maar uiteindelijk wel lekker gegeten in La clé du Champs. Aan het eten was weinig of niets aan te merken buiten de hoeveelheid, maar dat kan te maken hebben met de fysieke inspanning die ik die dag heb geleverd. Mijn menu bestond uit, aperitief, vier escargots met wat rucola om te beginnen, daarna een varkensmignionette dat er eentje van 100gram blijkt te zijn. Daarna kazen die voor mijn neus werden gerold op een karretje waaruit je mocht kiezen. Dat was wel leuk:D. Maar weeral de hoeveelheid die ik kreeg. Een partje president camembert vanuit de winkel was groter. Je kon het met moeite stukjes noemen, maar een verkleinkleinwoord bestaat niet zeker? Daarna een koffie om bij het dessert te drinken. Maar wat blijkt, de machine is kapot. Dan maar geen koffie. Een minuutje later komt die ober naar mij toe met een klein potje, zelfs voor een amuse gueule zou het nog klein zijn. Zet die dat voor mijn neus neer en draait zich direct om. Ik had als dessert een crousti fondant chocomousse ofzoiets besteld. Wat hij neerzette was een soort van café liègois. Mijn gedacht: dit kan toch niet waar zijn, vakantiegevoel hmm, neen helpt niet. Gelukkig komt die ober mijn uiteindelijk dessert brengen. Wat er heel mooi uitzag en eindelijk is niet weinig was. Niet teveel chocomousse maar wel tamelijk zwaar. Daarna kwam een stagair mijn koffie brengen. Hadden ze eindelijk de aanknop gevonden of hadden ze geen zin om hun machine vuil te maken. Maar die stagair zal dat niet doorgehad hebben en toch koffie gemaakt hebben waardoor ik dat kleine extratje heb gekregen. Zogezegd omdat ik had moeten wachten op mijn koffie. Over het eten was ik tevreden ondanks de hoeveelheid maar de aankleding en bediening vond ik zeker geen Michelinster waardig.



Uiteindelijke gevoel van de dag: heel vermoeid, ook al omdat ik die avond nog mijn tenue heb uitgewassen en proberen droog te krijgen met een haardroger. Die dag ook een evenaring van mijn record in afstand:129,5km maar een record van duurtijd op de fiets: 5u53min. Vroeg het bed in(gewoonte van heel de vakantie).

zondag 26 september 2010

Vacances sportives et gourmand Dag 1

Zes uur: opstaan en eerst nog een zestal uur gaan werken. Veel zenuwen, weinig aandacht op het werk omdat ik met mijn gedachten al op de fiets zit. Pauze rond 10uur, compleet al van de wereld. Daar in de cafetaria leek niets nog interessant om opgenomen te worden. Ik hoorde en zag wel maar ik kon en wou niet reageren. Binnen vijf uur zou ik op mijn fiets zitten voor een van de grootste avonturen in mijn leven. Ook zou het de eerste keer zijn dat ik meerdere dagen na elkaar zou fietsen, niet zomaar wat fietsen maar tot aan de limiet gaan en nog wat verder liefst. Dat laatste is meermaals gebeurd met de gevolgen van dien.

De puzzel
De oplossing

Twaalf uur, raceje naar huis. In de vlucht dag zeggen tegen de collega's. Nu kan het niet snel genoeg gaan. Thuis aangekomen mij snel omgekleed. Hartslag zal toen wel zware fysieke inspanningen aangegeven hebben. Snel naar de grootouders, de fiets gaan ophalen. Race naar het station, daar de tickets gekocht, de locals zijn maar raar naar mij aan het kijken als ik sta te wachten. Nog een half uur over dus maar even langs de panos voor een broodje. Ik zet mijn fiets tegen het bakje waar de servetten enzo opstaan. Natuurlijk moet dat op die moment afgekuist worden door de meest onhandige van de panosmeisjes. Mijn fiets begint weg te glijden, ik paniek, loop naar mijn fiets(met mijn onbetaald broodje in mijn handen, je had de gezichten moeten zien van die twee achter de toog:D). Juist op tijd om mijn fiets vast te pakken. Broodje geplet, mayonaise eruit gespoten, fiets verzet, terug naar de toog. Twijfel, zou ik dit broodje wegleggen en een nieuw vragen(er lagen er geen meer voorgemaakt)? Neen, ik ben op vakantie, niets kan mij raken. Reken het broodje af ga op het perron staan. Weer allemaal rare blikken, dat wordt je wel gewoon hoor. “Hey meneer, is dit de eerste trein?”, daar ben ik tamelijk zeker van van niet:D, maar vakantiegevoel en ik antwoord:” Dat weet ik niet, ik sta juist op het perron.” Mooi van mij, vriendelijk geweest tegen jeugd:D en ook ze zei meneer, er is hoop en ze zag er niet zo slecht uit maar veel te jong. Twee minuten later:”Meneer, is dit de trein naar Brussel van 21?” Vakantiegevoel:” Ja, dat staat toch op het bord.” Sterk, respect voor mijzelf.
Trein rijdt binnen. Ik stap op, ik begin te roepen: Jaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa, we zijn begonnen, kom op! Road, give it your best I sure as hell give mine! Dag meneer de neger, euhm zwarte bedoel ik. Geen rare blikken mijn richting. Begin ik hier al conversatie met mezelf te hebben in mijn hoofd:D, dat is snel. Meneer de zwarte vraagt iets over de metro, ik geef een ontwijkend verhaal van ik ben niet van Brussel ik kan je niet helpen, of iets in die trend. Langzaam komt de trein in beweging, zenuwen gieren nog altijd door mijn lichaam. Ik zoek afleiding. Weerspiegelingen in de venster trekken mijn aandacht en ik besluit om de camera uit te testen die aan mijn rugzak bengelt. Brussel tijd om uit te stappen. Door het volk baan ik mij een weg naar beneden, gezwind vlieg ik de trap af met mijn fiets. Tien punten voor een schouder, neen Tom, vakantiegevoel:”Sorry meneer.” Cross verder naar beneden. Terug omhoog met de roltrap. Opgespannen banden staan op de rand van de roltrap, ijzer bijt in rubber, nog even en knal! Maar dan, zon op mijn gezichte en we zijn boven. Weeral een weg banen door het volk.
Daar sta ik dan op het perron. Een baken van rust en vakantiegevoel met opkomende frustratie omdat mensen tegen mijn fiets blijven lopen. Er wou zelfs iemand zijn rugzak tegen zetten! Leg je rugzak is op iemand zijn tweedehandsauto van 1500euro. Heb het lef om te blijven staan tot die persoon naar zijn auto komt en wacht de reactie af. Wel, dit is geen auto maar het kost meer als die auto!!! Vakantiegevoel, oooohhhhmmmmm. Ok weer het baken van rust. Tot aan de overkant een koppel fitnessmannen tegen elkaar aan het stoefen zijn over hun spieren. Ineens kijken ze naar mij, zeggen ze iets en lachen ze naar elkaar. Ik als baken van rust, draai mij om buig mij over mijn fiets om 'iets aan mijn pedaal te doen'. Laat mijn beide kuiten even rollen en aftekenen in een paar houdingen. Draai mij om en het lachen was vergaan. Hmmm rust. Nog even Tom. Daar is de conductrice. Glimlach ontvangen, glimlach willen teruggeven maar het is meer een grijns geworden. Sorry, zenuwen. Trein rijdt binnen. Ik naar de kant waar de conductrice is opgelopen. Ik zie ze in de verte staan, baken van rust gaat naar baken van rust. Tot!!! “Meneer, dit is de voorkant van de trein, je moet aan de achterkant zijn voor je fiets.”, “Helemaal vanachter?”, “Helemaal.” Baken van rust verdwijnt. Na een derde van de trein gestapt te hebben wordt er gefloten. Gedachten vliegen door mijn hoofd, gij onnoz... vakantiegevoel. Ooohhhmmm. Dan maar spring op de fiets en tegen 25km/u vlieg ik over het perron. Trein op nog geen vijf cm van mijn schouder. Schouders op nog geen tien aan de andere kant. Zet daar nu iemand een stap naar voor? Ok dat wordt impact en tien punten. Nee toch niet, met flapperende mouwen raak ik en trein en schouder, niet hard raakt. Terug rust en kalmte. Vanachter aangekomen stap ik de trein op met fiets en al. Zet het naast mij tegen de zetel. Een koppel, zwarte vrouw, blanke man, mulat kindje, zit een bank verder. Ik zet mij neer, met de rijrichting mee. Vakantiegevoel neemt helemaal over.
Nu kan het omkleden beginnen. T-shirt gaat uit, schoenen gaan uit en broek naar beneden. Mulat kindje kijkt mij lachend aan. Ik glimlach, zij glimlacht terug en ik begin te grijnzen. Gedachten vliegen weer door mijn hoofd, ik ben geen priester maar hoe fout kan deze situatie lijken als die uit de context wordt gerukt. Gedachten gaan al een paar niveaus lager en ik ben nog niet uitgeput. Dat belooft:D. Trein stopt en een zwarte man stapt op met een fiets. Dat denk ik toch, het lijkt er toch op, stuur, twee wielen, kader. Met wat sommige mensen nog rondrijden en het koesteren alsof het hun dierbaarste bezit is. Normaal zou ik dat mooi vinden zoiets maar hij rijdt twee keer met zijn fiets tegen die van mijn. Vakantiegevoel Tom, vakantiegevoel. Daar komt de conductrice. Vriendelijk glimlacht ze naar mij. “Amaai, zo sportief.” Ik antwoord dat ik een meerdaagse fietstocht ga doen van Oostende tot Omaha beach. Ze knikt goedkeurend. Gedachten vliegen door mijn hoofd: nu moet ge niet vriendelijk gaan doen, schijnheilige tru... Vakantiegevoel:D. Ik glimlach terug, sta recht, laat mijn dijen goed aftekenen in mijn koersbroek. Haar gezicht: geld waard. Vind ik mezelf zo goed? Ja inderdaad, nee niet waar, ik neem mijn tickets. Ja, jawel(dank je Alex). Ga zitten en geef mijn tickets aan haar, ze geeft me een gaatje, ik neem, mijn tickets aan. Tom!!! Je gaat uren op een hard zadel zitten, blokkeer zo'n gedachten. Mijn hartslagmeter ligt op de bank tegenover mij, die was ik nog vergeten. Onhandig doe ik hem aan terwijl het mulatje naar mij staat te kijken. Ik draai mij om, kwestie van paranoïde gedachten in deze tijd van priesters uit de weg te gaan. Ik test het en het blijkt niet te werken. Het gaat toch niet beginnen:s. Ik spuit er nog wat meer water op, test opnieuw weer niets. Een laatste keer spuit ik er extreem veel water op, koud water loopt over mijn buik, natte strepen tekenen zich af op mijn truitje. Dat ziet er mooi uit, precies een verlamd persoon dat zijn speeksel niet kan binnenhouden en overgelaten is aan zijn lot. Uiteindelijk werkt het toch. Gelukkig want waar had ik dat reservebatterijtje weer gestoken?
Stilaan komen we aan in Oostende. Ik kan het rieken, nee eigenlijk niet, iedereen zegt dat je dat kan rieken, maar dat heb ik dus nog nooit gehad. Ik stap uit en loop het lang perron af, conductrice loopt naast mij en wenst mij nog veel succes toe, ik knik vriendelijk(vakantiegevoel), versnel mijn pas, wat zij ook doet. Uiteindelijk wordt er niets meer gezegd en kom ik op het stationsplein. Enkele foto's worden getrokken.
Ik bestijg mijn stalen ros en duw mij af. “Et c'est parti. Zie al die mensen hier rondlopen, ik ga hier een inspanning doen om U tegen te zeggen en niemand kijkt naar mij, weet van iets, intresseert zich erin. Toch raar hoeveel mensen je pad kruisen en toch niets met je te maken hebben.” Tot zover het luidop tegen mezelf praten. Nu riek ik de zee wel, ah nee doemme het is de vismijn. Stinken dat dat doet:D. We draaien in Oostende de dijk op en heb direct spijt van mijn keuze. Veel volk, gocarts die de op de meest onmogelijke momenten uitwijken, meestal als ik juist naast hun rij. Zand, zoveel zand, niet te doen. Er zijn plaatsen waar er zoveel zand ligt dat ik met de onderkant van mijn pedaal er gewoon door ga. Ergens voorbij Middelkerke besluit ik van de dijk af te gaan en langs de grote baan te rijden. Langs die baan vliegen de kilometers voorbij.
"Douanepost"
Rond vijf uur verlaat ik België en rij ik Frankrijk binnen. De douanepost is nu veranderd in een Leonidas winkeltje :D. Direct voel ik dat ik in Frankrijk ben. Beter bewegwijzerd, duidelijker zelfs in het Frans en veel betere wegen(over het algemeen). Via vele kleine straten gaat het door verschillende Franse dorpjes. Sommige dorpjes, als het die naam al mag hebben, zijn niet groter dan vier huizen, zelfs nog geen cafe of kerk zoals hier. Het eerste oorlogskerkhof kom ik al snel voorbij, een van de zoveel dacht ik toen maar dat viel uitendelijk tegen/mee te vallen. Het fort in Leffrincoucke ben ik voorbij gereden zonder dat het mij is opgevallen, waar ik nu wel spijt van heb. Maar mijn ingesteldheid op die moment had er misschien ook nog mee te maken. Kilometers en kilometers moest ik vreten, wou ik mijn doel halen. Vandaar ging het door naar Duinkerke waar ik een eerste keer de GPS heb gebruikt om zo gemakkelijk mogelijk de stad door te geraken.
Voor ik op de D601 beland die mij verder door Frankrijk slingert, heb ik wel ongeveer heel Duinkerken Industrie(in Fort Mardyck) gezien. Kom ik uiteindelijk op die D601, is mij dat daar een baan, op sommige plaatsen mag je daar zelfs 110rijden(waar ik niet aan kom maar de rest van de gebruikers wel). Na enkele schrikbarenden honderd meter vraag ik aan een vrouw of ik daar wel mag fietsen. Dat oud vrouwtje krabt een keer door het weinige grijze haar dat ze nog heeft en vraag:” Avec le vélo?” Ik bevestig en ze raad mij dat af, veel te gevaarlijk maar niet verboden. Komt er nog een hele uitleg over hoe ik moet rijden via binnenwegen. Na heel de uitleg instemmend te knikken en er niets van te verstaan buiten Loon-Plage zeg ik:”Mais, c'est pas interdit?”. Instemmend geknikt en na een merci en een knik schiet ik weg over de D601. Close call met camion 1 en 2 volgen al snel. Maar geen getoeter of Lierse SK wegwerpgebaren in mijn richting dus ik blijf dapper volhouden. Tot er een afslag volgt. Maar ik moet rechtdoor!!! Dus ik moet, op een baan waar ze op die moment 90 mogen en zeker zullen rijden op het tweede vak gaan rijden met mijn fiets, aan op dat moment 27!!! Recht op de trappers zo gaat die goed. Ik trek het tempo op naar 37 tot 40 om de automobilisten meer tijd te geven om mij te zien. Twee auto's nemen de afslag in mijn directe omgeving, tegelijk. Eentje bijna in mijn gat en een ander snijdt mij de pas af. Hartslag: we have lift off.
Zonsondergang Calais
Loon Plage bereik ik ongedeerd, buiten het kopje, dat heeft wel een mentale tik gekregen. Als dit zo nog vier dagen heen duurt dan loopt dat wel een keer slecht af. Maar daar mogen we niet aan denken. Ik kom voorbij Gravelines, een klein dorpje dat nog zo goed als 90% van zijn oude omwalling heeft, de muren staan er nog, de gracht ligt er nog met de verdedigingswerken. Enkel de poorten zijn weggehaald. Ik ben op dat moment al meer dan 12uur wakker en al drie uur aan het fietsen en was te moe om foto's te trekken maar dat zal ik wel doen in het terugkomen. Zo dicht mogelijk tegen de kust gaat het richting Calais. Daar zal ik de eerste avond overnachten.
Kamer in Balladins
Stilaan ben ik helemaal door mijn krachten heen. Bijna 100kilometer gereden kom ik aan bij het hotel Campanile. 79Euro voor een kamer is teveel, dus rij ik verder door naar het volgende. Hotel Balladins, daar is het 45 nog altijd duur voor zo een hotel maar ik denk niet dat ik goedkoper ga vinden in en rond Calais dus neem ik maar de kamer. De fiets kan binnen gezet worden, de volgende morgen zal er ontbijt zijn maar die avond nog eten gaat niet. Het is toen al rond acht uur. Ik raak aan de babbel met een Engels vrouw die met een man uit Amerika en een vrouw uit Zuid-Afrika van Londen naar Parijs fietsen. Ze hebben 135km gefietst maar ze geven toe dat dat wel makkelijker was dan mijn tocht van 100 met mijn bepakking van een 15 tot 20kg. Zij hadden nog een collega die met een motorhome af en toe langs de kant van de weg stond. Heel het gesprek was kortaf van mijn kant want ik wou op die moment gewoon zo snel mogelijk een douche nemen en eten(gaan zoeken). Na de nodige foto's van de kamer en de 'schade' ben ik uiteindelijk in Campanile moeten gaan eten. Buffet, zoveel je kan, dus heb daar voor minder dan 30euro mijn buikje rond gegeten. Daarna was het naar het hotel, bed in en recuperen. Het algemeen gevoel van die dag was goed, heel moe maar na 12uur wakker zat ik ik nog altijd op mijn fiets. De enkele mankementjes daar kan ik wel mee leven.
Kado van de rugzak